LAATSTE NIEUWS


Toegelaten arbeid gepensioneerden 2020

Even voor alle duidelijkheid:


Gepensioneerden
die een rust- of overlevingspensioen genieten, mogen onder bepaalde voorwaarden hun pensioen cumuleren met arbeid.


Werknemers die een rustpensioen genieten
en verder werken in het kader van een toegelaten activiteit, bouwen geen bijkomende pensioenrechten meer op.

Voor ex-mijnwerkers, ambtenaren, onderwijzend personeel en andere statuten gelden bijzondere bepalingen.

 Aangifteverplichting


Tot en met 2012 moest een  gepensioneerde zijn beroepsactiviteit aangeven, behalve indien hij al 65 jaar was en  zijn pensioen al betaald werd bij aanvang van de activiteit. Naast de werknemer, was ook de werkgever verplicht   om de beroepsactiviteit van de gepensioneerde aan te geven.

Sedert 2013 is de aangifteverplichting bij de uitoefening van een professionele activiteit van een gepensioneerde vereenvoudigd. De algemene regel is momenteel  dat  de  gepensioneerde,  diens  echtgenoot  en  de  werkgever niet langer een beroepsactiviteit moet aangeven.

Uitzonderingen op de regel, waarbij nog wel aangifte dient gedaan te worden, zijn:

·          bij de eerste uitbetaling van het pensioen wanneer de activiteit aanvangt vooraleer het pensioen voor de eerste keer betaald is;

·          bij de uitoefening van een politiek of ander mandaat, ambt of post;

·          bij een beroepsactiviteit in het buitenland of genot van socialezekerheidsuitkeringen in het buitenland;

·          bij wetenschappelijke of artistieke activiteiten.

Grensbedragen

Onbeperkt bijverdienen vanaf 65 jaar of na een loopbaan van 45 jaar

Er zijn twee groepen van gepensioneerden die onbeperkt mogen bijverdienen:

1.       Werknemers die 65 jaar zijn:

Vanaf 1 januari van het jaar waarin een werknemer 65 jaar wordt, is er een onbeperkte cumulatie mogelijk van       een rustpensioen met inkomsten uit een beroepsbezigheid. Aan deze leeftijdsvoorwaarde moet  niet  voldaan worden op het moment van oppensioenstelling. Iemand die bijvoorbeeld op 64 jaar op pensioen gaat, kan vanaf 1 januari van het jaar waarin hij 65 jaar wordt onbeperkt bijverdienen. Er wordt geen loopbaanvoorwaarde meer voorzien.

2.       Werknemers die nog geen 65 jaar zijn, maar wel een loopbaan van 45 jaar kunnen aantonen:

Vanaf de ingangsdatum van het rustpensioen mag een werknemer onbeperkt bijverdienen indien hij op dat moment een loopbaan van minstens 45 jaar kan aantonen. Aan deze anciënniteitsvoorwaarde moet voldaan worden op het moment van oppensioenstelling.

Gepensioneerden die uitsluitend een overlevingspensioen genieten of de gepensioneerde echtgenoot van een persoon die een gezinspensioen ontvangt, mogen niet onbeperkt bijverdienen.


 Grensbedragen

Voor gepensioneerden die niet aan hogergenoemde voorwaarden voldoen, blijven de inkomensgrenzen bestaan. Het jaarloon van de toegelaten beroepsactiviteit mag een bepaalde grens niet overschrijden om geen invloed te hebben op het pensioen. Deze grenzen worden jaarlijks geïndexeerd.


Vanaf 1 januari 2020 zijn volgende grenzen van toepassing:

 

 

Uitsluitend overlevingspensioen vóór de wettelijke pensioenleeftijd*


Rustpensioen, Rust- en overlevingspensioen vóór de wettelijke pensioenleeftijd


Uitsluitend een overlevingspensioen nà de wettelijke pensioenleeftijd of een gezinspensioen

Werknemer Bruto-inkomen

Basis

€ 19.542,00

€ 8.393,00

€ 24.243,00

met kinderlast

€ 24.428,00

€ 12.590,00

€ 29.489,00

Zelfstandigen

Netto-belastbaar inkomen

Basis

€ 15.634,00

€ 6.714,00

€ 19.394,00

met kinderlast

€ 19.542,00

€ 10.071,00

€ 23.591,00


* Als iemand enkel een overlevingspensioen ontvangt (en daarom een hoger grensbedrag kan genieten) blijft dit grensbedrag van toepassing voor het volledige jaar, ook als de persoon in de loop van dat jaar zijn vervroegd pensioen (voor zijn 65) opneemt.

De voornoemde bedragen moeten geproratiseerd worden voor een pensioen dat in de loop van een kalenderjaar ingaat. In een kalenderjaar waarin verschillende grensbedragen van toepassing zijn,  wordt  het  hoogste grensbedrag toegepast voor gans dat jaar. Dit geldt echter niet voor het jaar waarin men 65 wordt. In het kalenderjaar waarin de gerechtigde 65 wordt, moet dit kalenderjaar in twee periodes worden gesplitst.

 

Beroepsinkomsten

De beroepsinkomsten die in aanmerking moeten genomen worden, zijn inkomsten die betaald werden gedurende het kalenderjaar, ongeacht deze betrekking hebben op prestaties van het voorgaande jaar.

Om het beroepsinkomen te bepalen, moet rekening gehouden worden met o.m. volgende bruto bedragen: loon, overloon, gewaarborgd loon, premies, bonussen, eindejaarspremie, vakantiegeld, voordelen in natura, opzegvergoedingen die aan de gepensioneerde worden toegekend, ...

Onder meer volgende vergoedingen tellen niet mee: de niet-recurrente resultaatsgebonden bonus (bonusplan - cao nr. 90), kostenvergoedingen, werkgeversbijdragen in extralegale verzekeringen (pensioen, hospitalisatie ...), maaltijd- en ecocheques, firmawagen, achterstallen, ….

Er wordt evenmin rekening gehouden met het dubbel vakantiegeld. Met het  enkel  vakantiegeld  wordt  wel rekening gehouden en het wordt aangerekend in het jaar waarin het betaald wordt. Voor het jaar waarin het pensioen ingaat, wordt voor de arbeiders het enkele vakantiegeld geproratiseerd in functie van de ingangsdatum.

 

Sanctie bij overschrijding van de grensbedragen

Wanneer een gepensioneerde deze grensbedragen overschrijdt, wordt er een sanctie voorzien die proportioneel wordt toegepast. Het bedrag van het pensioen zal evenredig verminderd worden met het percentage van overschrijding van de grensbedragen. Sedert 2015 is er geen hogere sanctie meer voorzien bij overschrijding van het grensbedrag met meer dan 25%.

Ingeval het beroepsinkomen van de echtgenoot van een gepensioneerde met een gezinspensioen de grensbedragen overschrijdt, gelden andere richtlijnen.

 

 

 

De redactie en uitgever streven naar optimale betrouwbaarheid en volledigheid van de verstrekte informatie, waarvoor ze echter niet aansprakelijk kunnen gesteld worden.